Bali

22 juli 2015 - Gerokgak, Indonesië

Nusa Lembogan was dus het allereerste stukje Bali voor mij. In mijn ogen erg toeristisch met zijn vele hotels, restaurantjes en warungs (lokale tentjes). Voor Ale, Sega en Kevin was het echter lang leven de rust in vergelijking met de nog populairdere Gili Islands.

Nusa Lembogan is zo'n acht vierkante kilometer. Er wonen 7000 locals die leven van het toerisme en de zeewier teelt. Zeewier salade vonden wij dus ook, bij een klein tentje, en dat moest natuurlijk uitgeprobeerd worden. Het zeewier droogt trouwens naast de weg, waar vele scooters voorbij sjezen, dus het is niet het aller schoonste wat je daar  kan eten. 

Zelf hebben wij het eiland ook met de scooter verkend en zijn gaan duiken met Manta's!!! Om even een beeld te creëren... Manta's zijn grote roggen met een spanwijdte tot 7 meter en een gewicht van maximaal 3000 kg. De lengte is gemiddeld 4,5 meter en kan maximaal 9,1 meter bedragen. Hun IUCN status is kwetsbaar, dus deze moet je zien. Jammer genoeg denkt iedereen hier hetzelfde over en kom je uit bij een duikspot waar wel twintig andere boten liggen. De Manta's trekken zich hier gelukkig niks van aan, dus we hebben er wel zeven gespot!!! 

De tweede duik maakte we in een baai van Nusa Penida, een groter en minder toeristisch eiland dan Nusa Lembogan. Dit was echt de meest relaxte duik ooit! We zijn zo gewend om hard te zwemmen en overal te kijken om eventuele haaien, schildpadden en indicator species te spotten. Bij elke tank bang (wanneer iemand op zijn tank klopt, waar de lucht in zit) ben je gewend om onmiddellijk om je heen te kijken, want dat was het sein dat iemand iets had gevonden. Nu hoefde dat allemaal niet. Het was gewoon een beetje rond zwemmen, mooie visjes en koralen spotten, echt iets heel anders. 

Daarna zijn we verder gereisd naar Ubud, volgens de reisgids het culturele hart van Bali. Hier is de bevolking voor het eerst kunst gaan maken omdat het mooi is om te zien. Eerder werd kunst namelijk niet gezien als iets om van te genieten, maar als vereiste voor de goden. 

Bali is voor het grootste deel Hindoeïstisch met af en toe een mix van Boeddhisme. Tempels vindt je in overvloed, omdat elke Hindoeïstische familie een tempel binnen de muren van hun huis behoort te bezitten. Zo'n tempel is dan ook niet een altaar, maar echt een complex dat uit verschillende gebouwtjes, plaatsen en torentjes bestaat. 

Bijna iedereen die in Bali op vakantie gaat pikt een paar dagen Ubud mee. Ook vanwege de omliggende rijstvelden waar mensen met strohoeden in de modder aan het werk zijn op de vele terrassen. Een local heeft ons hier een rondleiding gegeven en van alles over rijst verteld. Om hier te komen moet je wel eerst een stukje met de scooter, al gingen wij op de fiets achter meneer Rijst aan. En hoe?! Een fietswedstrijd in Zwitserland. Keihard racend achter de Rijst meneer aan, die relaxed op zijn scooter zat, heuvel op heuvel af. Hadden we onze workout van de dag ook weer gehad! 

De volgende ochtend naar de yoga gegaan. Ja, Ubud is naast kunst en toeristen ook overspoeld met yoga, doordat het boek en later de film 'Eat, Love, Pray' hier deels afspeelt. 

In de ochtend is Ubud op zijn best. Dit is het moment van de locals met de grote fruit en groente markt, die over een paar uur helemaal verdwenen is. 

Na Ubud zijn we doorgereisd naar Toya Bungkah, vanaf waar je Gunung Batur kan beklimmen. Dit is een vulkaan die 1717m hoog is en nog steeds een beetje stoomt. Bij zonsopgang zijn we met zijn vieren begonnen met de klim, zonder gids. Volgens de reisgids is dat mogelijk. De klim zou namelijk erg makkelijk zijn en de weg zou je snel kunnen vinden.

Het beginpunt zoeken was echter het moeilijkste en toen Sega en ik dat punt hadden gevonden waren we de andere kwijt geraakt, dus zijn we maar met zijn tweeën gaan lopen. Wanneer er een boze gids aankwam vertelde we dat we de andere waren kwijtgeraakt en dat die een gids bij zich hadden, dus dat probleem was ook al snel opgelost.

Eenmaal bovenaan gekomen kwamen we de andere tegen, die een andere route hadden genomen. Alle honderden mensen die bij zonsopgang daar zullen staan waren al vetrokken, dus dat was eigenlijk een perfecte timing. 

De volgende stop op Bali was in Lovina. Hier zijn we echter niet lang gebleven, doordat je niet echt met rust werd gelaten. Buy bracelets, really nice, taxi, taxi, need room ect. 

Het engels wat de meeste hier spreken is trouwens erg beperkt. Ze weten alleen wat ze moeten zeggen om iets te verkopen en daar zijn ze goed in ook. Afdingen is een grote hobby van ons geworden en dat moet ook wel, want zo en nu en dan wordt je gewoon regelrecht belazerd. 

Het groene vegetarische restaurant met zijn karamel zeezout chocolade taart in Lovina was echter wel positief en daar hebben Sega en ik echt van genoten! 

Nu zijn we in Pemuteran, een duik plaatsje. Ale en Kevin doen hier hun advanced en Sega en ik joinen hen 's avonds met een nachtduik. 

Na Pemuteran staat Java op het programma, waar we deze dagen nog even een killer plan voor gaan bedenken. Surfen en een drie daagse trektocht naar een vulkaan staan al wel op de lijst. 

Als ik mijn verhaal zo na lees vertel ik  eigenlijk niet zo veel over mijn reisgezelschap, maar het is weer super gezellig met zijn alle en het is hier altijd lang leven de lol! 

1 Reactie

  1. Oma jos:
    22 juli 2015
    Wat een spannende verhalen, minne. MaAk je ook foto's. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende belevenis.
    Het gaat jullie goed, dat is mijn wens,
    Liefs, jos